leidinggevend

Dutch

Pronunciation

  • IPA(key): /ˈlɛi̯.dɪŋˌɣeː.vənt/
  • Audio:(file)
  • Hyphenation: lei‧ding‧ge‧vend

Participle

leidinggevend

  1. present participle of leidinggeven

Declension

Declension of leidinggevend
uninflected leidinggevend
inflected leidinggevende
positive
predicative/adverbial leidinggevend
leidinggevende
indefinite m./f. sing. leidinggevende
n. sing. leidinggevend
plural leidinggevende
definite leidinggevende
partitive leidinggevends