geslachtsgebonden

Dutch

Etymology

Compound of geslacht +‎ -s- +‎ gebonden.

Pronunciation

  • IPA(key): /ɣəˈslɑxts.xəˌbɔn.də(n)/, /ɣəˌslɑxts.xəˈbɔn.də(n)/
  • Audio:(file)
  • Hyphenation: ge‧slachts‧ge‧bon‧den
  • Rhymes: -ɔndən

Adjective

geslachtsgebonden (comparative geslachtsgebondener, superlative geslachtsgebondenst)

  1. depending on one's biological sex; restricted to one biological sex
    Coordinate term: seksegebonden

Declension

Declension of geslachtsgebonden
uninflected geslachtsgebonden
inflected geslachtsgebonden
comparative geslachtsgebondener
positive comparative superlative
predicative/adverbial geslachtsgebonden geslachtsgebondener het geslachtsgebondenst
het geslachtsgebondenste
indefinite m./f. sing. geslachtsgebonden geslachtsgebondener geslachtsgebondenste
n. sing. geslachtsgebonden geslachtsgebondener geslachtsgebondenste
plural geslachtsgebonden geslachtsgebondener geslachtsgebondenste
definite geslachtsgebonden geslachtsgebondener geslachtsgebondenste
partitive geslachtsgebondens geslachtsgebondeners

Derived terms

  • geslachtsgebondenheid