nominatief

Dutch

Etymology

First attested in 1633 in the sense “nominative case”. Borrowed from Latin nōminātīvus, from Latin nōminō (to name).[1]

Pronunciation

  • IPA(key): /ˌnoːminaːˈtif/
  • Audio:(file)

Adjective

nominatief (not comparable)

  1. nominative, nominal (giving a name, listed by name; naming, designating)
    Synonym: op naam
    nominatief aandeelregistered share
    • 1905, De opleiding van inlandsche oogheelkundigen, page 38:
      Op de door mij bezochte poliklinieken der Inlandsche oogheelkundigen werden [...] de verder nog voorhanden ziekenlijsten nagegaan, zoomede het op eenige plaatsen aangehouden doorloopend nominatief register der behandelde lijders, en werden de aanwezige medicamenten en instrumenten geïnspecteerd.
      At the outpatient clinics of the Native ophthalmologists that I visited, [...] the remaining patient lists were checked, as well as the continuous nominal register of patients treated, which was kept in some places, and the medicines and instruments present were inspected.
    • 1994, Erik Spinoy, Twee handen in het lege, page 17:
      Zo kan men onder andere cognitieve, prescriptieve, performatieve, descriptieve, nominatieve, ostensieve, normatieve, exclamatieve en emotieve zinnen onderscheiden.
      Among other things, one can distinguish between cognitive, prescriptive, performative, descriptive, nominative, ostensive, normative, exclamatory, and emotive sentences.
    • 1996, Guido Marnef, Antwerpen in de tijd van de Reformatie, page 158 (footnote 48):
      De nominatieve lijsten en de briefwisseling in verband met het keuzeproces bevinden zich voornamelijk in ara, Aud., 809/12 en 1709/2-3.
      The nominative lists and correspondence relating to the selection process are mainly located in ara, Aud., 809/12 and 1709/2-3.

Declension

Declension of nominatief
uninflected nominatief
inflected nominatieve
comparative
positive
predicative/adverbial nominatief
indefinite m./f. sing. nominatieve
n. sing. nominatief
plural nominatieve
definite nominatieve
partitive nominatiefs

Noun

nominatief m (plural nominatieven, diminutive nominatiefje n)

  1. (grammar) nominative case

Synonyms

References

  1. ^ van der Sijs, Nicoline, editor (2010), “nominatief”, in Etymologiebank, Meertens Institute

Further reading

nominatief” in Woordenlijst Nederlandse Taal – Officiële Spelling, Nederlandse Taalunie. [the official spelling word list for the Dutch language]