gestresseerd

Dutch

Pronunciation

  • IPA(key): /ɣə.strɛˈseːrt/
  • Audio:(file)
  • Hyphenation: ge‧stres‧seerd
  • Rhymes: -eːrt

Adjective

gestresseerd (comparative gestresseerder, superlative gestresseerdst)

  1. synonym of gestrest (stressed)

Declension

Declension of gestresseerd
uninflected gestresseerd
inflected gestresseerde
comparative gestresseerder
positive comparative superlative
predicative/adverbial gestresseerd gestresseerder het gestresseerdst
het gestresseerdste
indefinite m./f. sing. gestresseerde gestresseerdere gestresseerdste
n. sing. gestresseerd gestresseerder gestresseerdste
plural gestresseerde gestresseerdere gestresseerdste
definite gestresseerde gestresseerdere gestresseerdste
partitive gestresseerds gestresseerders

Participle

gestresseerd

  1. past participle of stresseren

Declension

Declension of gestresseerd
uninflected gestresseerd
inflected gestresseerde
positive
predicative/adverbial gestresseerd
indefinite m./f. sing. gestresseerde
n. sing. gestresseerd
plural gestresseerde
definite gestresseerde
partitive gestresseerds